Ik ben het meisje met de bloemen

Ksssst… Vier schijfjes appel en banaan ontspannen in de hete pan. Brunch met dikke haverpannenkoeken, vers fruitsap, krokante toast en slow koffie. Een bordje traag graag. Want de tijd vliegt zo snel dat mijn hoofd hem niet meer bij kan benen. Het zit in spagaat tussen Gent en anyplace else. Rechterbeen voor, linker achter. Andersom heb ik ‘m nooit gekund.

Muntthee. Vannacht droomde ik van Marokko. Van zweten op de bus, met tijgers, lynxen en panters in het gangpad. ‘Ademhaling inhouden en hartslag drukken’, klinkt de gids bazig uit beeld. Mijn billen plakken aan de harde plastic tweezit. Mijn buur… man (?) aarzelt geen seconde om mij voor de leeuwen te gooien – een tijger in dit geval. Ik adem hete blaaslucht en voel kaken klemmen om mijn kruin. Met mijn ogen dicht denk ik maar aan één ding: slapen. Ik hap naar lucht en tel met een pijnlijke borst af tot de volgende hap.
‘Eruit! Eruiit!’, schreeuwt de gids zonder gezicht. ‘Al wie besnuffeld werd de bus uit! Jullie brengen de hele groep in gevaar.’ Een paar seconden later voelt de trekrugzak op mijn schouders als een bevrijding. Klimmen ook. De straten zijn verlaten, op een vrolijke ijskar na. Bij de verse muntthee had gisteravond een ijsje gehoord. Mokka, met chocoladesaus.
‘Sneller, sneller! We zijn bijna in el país …’ De reisgenoot hijgt verder in het Spaans. Mijn slaap wordt een marathon.

Op het toilet spreidt een meisje haar armen om een bos veldbloemen. Lavendel? Haar gezicht zit verdoken achter de paarse pluimen, haar benen steken onder de stengels uit. Dat ben ik: ik ken geen maat. ‘Capricieuse’ (wispelturig) proefde ik zes jaar geleden, tijdens een vrijdags uurtje Frans. Er stond haar op mijn Frans. Gitzwart Spaans haar, na een semester in Castellón. Woorden als pero of porque staken probleemloos de grens over. Dus keuvelde ik in mijn masterjaar van mais oui en pourquoi pas. De voorlaatste les kreeg ik capricieuse op mijn bord. Een collègue had het mij voorgeschoteld, zonder nog maar een bloemblaadje garnituur. Ik kende haar enkel bij naam en gezicht. Ze had gelijk gehad. Na een proces van gisten en rijpen loopt mijn capricieuse als ‘gulzig’ uit zijn korst.

Gulzig. Ik haal graag het kleinste kommetje uit de kast – niet toevallig het mooiste – om het tot de rand vullen met appel en granola, met nog een toef kokosyoghurt erbovenop. Bij elke schep springen er natte noten overboord. De laatste tijd lepel ik vaker havermoutpap.
‘Nog één kilometer en dan …’ denk ik wanneer mijn telefoon rinkelt tijdens het lopen. Die ene worden er twee, drie, drieënhalf. De Nike-app waarschuwt als bij opzet een paar tellen te laat, en ik heb mijn kilometers graag even rond als bountytaart.
‘Nog een halfuurtje en dan zetten we het eten op!’ beloof ik wanneer de wederhelft thuiskomt en ik nog druk op mijn laptop zit te tokkelen. Tegen halfnegen slobberen we samen van het aperitief.
Volgens Tom heb ik geen tijdsbesef wanneer ik met iets bezig ben. Het is mijn rechterbeen dat geen maat kent. Ik ben het meisje met de bloemen. Ik wil het hele lavendelveld.

 

Begin deze maand plukte ik er lustig op los aan de Rotte. Ons weekendje Rotterdam, dat was: verdwalen in de spiegelkamer van Yayoi Kusama, net niet in de kubuswoningen van Piet Blom, een ode aan Erasmus, rondsnuffelen in de Markthal, poseren bij de Zwaan, wegdromen bij de Holland-Amerikalijn, doelloos kuieren langs het water, kwetteren bij too many nachos, tipsy flatgebouwen spotten, zonnebrillen in de prille lentezon … samen dommelen op de Flixbus.

Haverpannenkoeken met appel en banaan

Voor 6 pannenkoeken:

  • 160 g havermout of havervlokken
  • 40 g boekweitmeel
  • 1/2 el bakpoeder
  • 1 el kokosbloesemsuiker
  • Snuf zout
  • 2 dl (amandel)melk
  • 1 el zonnebloemolie
  • 1/2 tl appelciderazijn
  • 1/2 tl baksoda
  • 1/2 banaan
  • 1/2 appel
  • Snuf kaneel

Snij de banaan en appel in schijfjes. Maal de havervlokken tot meel en meng ze met het boekweitmeel, het bakpoeder, de suiker en het zout. Klop de amandelmelk en de olie erdoor en schep de baksoda en de appelciderazijn over het beslag, zodat het gaat bruisen. Roer nog eens goed en verhit vervolgens een scheutje zonnebloem- of olijfolie in je pannenkoekenpan.

Schep twee eetlepels van het beslag in de pan en duw er de schijfjes banaan en appel in. Kruid de bovenkant met kaneel. Draai de pancakes om zodra ze goudgeel kleuren en bak ze nog 2 à 3 minuutjes aan de andere kant. Met verse aardbeien en een scheutje ahornsiroop smaken ze verrukkelijk.

Havermoutpannenkoeken zijn iets steviger dan American pancakes. Eet jij ze liever luchtig? Laat voor Pasen deze rakkers openspetsen in je pan

One Reply to “Ik ben het meisje met de bloemen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s